Ik bereid mijn zoon in de ochtend voor dat we in de middag mogelijk naar de kapper gaan. ‘Lieverd, we gaan of vanmiddag of morgen, moet ik nog even bekijken, maar jouw haar is erg lang en ik wil er niet op wachten dat de kappers dichtgaan’.
Sam vindt het allemaal maar niks. Het liefste blijft hij thuis in de buurt van zijn buurjongens of de PlaystationπŸ™ˆ
Na schooltijd vertel ik hem dat we deze middag gaan, omdat ik vrijdag nog tot laat werk. ‘Je mag een half uur Brawlstars spelen en daarna gaan we naar de kapper. Dan zijn we om half 4 weer thuis en kun je lekker buiten spelen’ zeg ik om het voor hem duidelijk te maken wat er van hem verwacht wordt.
Om half 4 sluit hij het spel af. ‘Ik ga niet mee!’ zegt Sam. Ik trek stoΓ―cijns mijn jas aan en pak mijn tas. ‘Sam, ik ga vast naar buiten. Jij trekt jouw jas aan en dan kom je mee naar de kapper’ zeg ik resoluut. ‘Dan kun je lang wachten. Ik ga niet mee’ zegt hij stelliger dan ik van hem ken.
Ik loop toch naar buiten zonder wat te zeggen en vraag mij even af hoe te reageren. Moet ik hier nu om huilen of lachen? Het is zeer assertief en duidelijk. Hij wil niet en daar mag ik respect voor hebben. Het is zijn haar en hij kan op zijn achtste de consequentie redelijk overzien: gaan de kappers dicht dan kan niemand dit knippen en dan loop ik met erg lang haar rond.
Ik realiseer mij twee dingen. Ten eerste ben ik in de ochtend niet volledig duidelijk geweest. Ik had het over donderdag of vrijdag. Ik had moeten zeggen dat we deze middag gaan, dan had hij zich hierop voorbereid. Ten tweede ben ik best tevreden met zijn assertiviteit. Afgelopen zomer hebben we samen hard gewerkt aan zijn weerbaarheid en daar plukt hij nu de vruchten van. Uiteraard heb ik liever dat ik daar geen “last” van hebπŸ˜†πŸ˜…πŸ˜‚ maar dat is natuurlijk niet realistisch.
‘Oke Sam, dan gaan we niet’ zeg ik zodra ik weer naar binnen loop. ‘Ik vind het wel teleurstellend dat je nu niet mee wil, omdat ik vrijdag niet kan en ik vraag me af hoelang de kappers nog open blijven. Maar de keuze is aan jou’.
Sam trekt zijn schouders op. ‘Ik blijf thuis’ zegt hij. En daarmee is de kous af.
Achteraf vind ik het jammer dat ik hem heb gezegd dat ik het teleurstellend vind. Je kunt alleen maar teleurgesteld worden als je bepaalde verwachtingen hebt. En blijkbaar heb ik toch de verwachting van hem dat als ik zeg dat we iets gaan doen hij zonder morren meegaat. Klein aandachtspuntje voor de volgende keer.
Dus met andere woorden. Als jullie in Hengelo een jongen op straat zien lopen met haar dat over zijn ogen en oren valt, dan zou dat wel eens mijn zoon kunnen zijn πŸ˜ƒπŸ˜‰. Maar in alle eerlijkheid, daar maak ik mij geen seconde druk om. Ik vind het stiekem best mooi dat lange….πŸ€«πŸ€«πŸ€«πŸ™ƒπŸ˜‰