Ik stond met mijn dochter bij de opvang. De deur ging open en er stond een nieuwe leidster in de deuropening. Faya schrok zichtbaar. Ik babbelde wat met de nieuwe leidster en ging vervolgens door mijn knieën om mijn dochter goed aan te kunnen kijken. ‘Lieverd, ga je naar binnen, zodat je fijn kunt spelen?’ vroeg ik haar. Ze klampte zich nog steviger vast aan mijn been. Ik knuffelde haar, omdat ik wel weet dat ze dit soort overgangen moeilijk vindt. Zeker als er een nieuw persoon staat.


‘Mama, ik wil mijn knuf’ zei Faya en ze wees naar haar tas die op de grond stond.
Ik pakte haar knuf eruit en ik was erg dankbaar dat ze mij zo goed kon vertellen wat ze nodig had. Met haar knuf in de hand liep ze door naar de leidster en trok haar jas uit.


Wat is er nu bijzonder aan dit verhaal? Nou, in de eerste plaats hoor ik nog te vaak om mij heen de volgende woorden ‘Jij hoeft toch geen knuffel meer mee, jij bent toch al een grote meid!’ of ‘De knuffel blijft in de tas, als jij gaat slapen mag je hem hebben’.
Zowel ik als de leidster hadden negatief kunnen reageren op het feit dat mijn dochter nog een knuffel nodig heeft om zich veilig te voelen.


In mijn praktijk leer ik de oudere kinderen dat ze dichtbij zichzelf mogen blijven en dat ze zelf mogen voelen en benoemen wat ze nodig hebben.
We vinden het allemaal heel normaal dat we dit kinderen aanleren.
Echter, het hoeft niet aangeleerd te worden als we dit niet eerst afleren.
Hoe klein ze ook zijn, ze weten zelf heel goed wat ze nodig hebben. Het enige dat wij hoeven te doen, is naar ze te luisteren.